Hebbes Academy

Wat doet een trainingsacteur eigenlijk?

Wanneer ik vertel dat ik trainingsacteurs opleid, zie ik vaak dezelfde reactie: nieuwsgierigheid, soms een lichte verwarring.
“Is dat iets met rollenspellen? Of met agressietrainingen?”

Dat klopt deels. Maar het geeft een veel te smal beeld van het vak.

Trainingsacteurs worden ingezet op plekken waar communicatie ertoe doet en waar gedrag direct impact heeft. Je komt ze tegen in ziekenhuizen en GGZ-instellingen, bij politie en defensie, binnen gemeenten en uitvoeringsorganisaties, in het onderwijs (van basisonderwijs tot universiteit), bij commerciële bedrijven, klantenservices, HR-afdelingen, leiderschapstrajecten enzovoort.

Overal waar gesprekken gevoerd worden die ergens over gaan. En dat is… bijna overal.


Acteur versus trainingsacteur

Op het eerste gezicht lijkt het hetzelfde vak. Iemand speelt een rol.

Maar daar houdt de vergelijking ook meteen op.

Een acteur werkt met een script, een regisseur en een publiek. Het doel is een verhaal neerzetten, mensen laten lachen of huilen bijvoorbeeld.

Een trainingsacteur werkt zonder script en zonder publiek. Het doel is niet spelen, maar leren mogelijk maken.

De interactie ontstaat in het moment, afgestemd op de deelnemer. Samen met de trainer zorgt de trainingsacteur ervoor dat gedrag zichtbaar wordt: wat doet iemand precies, wat is het effect daarvan en wat zou er anders kunnen?

Geen ingestudeerde scènes dus, maar realistische situaties die herkenbaar zijn uit de praktijk van de deelnemer.


Oefenen in een veilige, maar realistische setting

Veel trainingen blijven hangen in theorie. Mooie modellen, goede inzichten — maar de stap naar de praktijk is groot.

Een trainingsacteur overbrugt precies dat gat.

Deelnemers gaan het gesprek aan, proberen nieuw gedrag uit en merken direct wat het oplevert. Dat kan confronterend zijn, maar juist daardoor leerzaam.

De trainingsacteur reageert zoals iemand in het echt ook zou doen. Soms meewerkend, soms ontwijkend, soms confronterend. Altijd functioneel voor het leerdoel.

Daarnaast geeft de trainingsacteur feedback. Niet alleen achteraf, maar ook vanuit de rol:
wat riep het gedrag van de deelnemer op, wat gebeurde er in het contact?

Dat zijn vaak dingen die je in het dagelijks leven wel denkt, maar zelden uitspreekt.


Praktijkvoorbeeld: Annet en Monique

Annet werkt als receptioniste en staat bekend als behulpzaam. Misschien iets té behulpzaam.
Al jaren neemt ze extra taken op zich. Nu haar team kleiner is geworden, begint dat te wringen. Ze redt het simpelweg niet meer.

Toch vindt ze het lastig om haar collega Monique af te wijzen. Ze mag haar, het is “altijd zo gegaan” en ze wil de sfeer goed houden.

In de training brengt de trainingsacteur eerst samen met Annet het gedrag van Monique in kaart. Hoe doet ze dat eigenlijk, taken bij Annet neerleggen?

Monique blijkt iemand die:

  • tussendoor over haar weekend praat
  • ondertussen werk doorschuift
  • en er eigenlijk vanuit gaat dat Annet het wel oppakt

De trainingsacteur zet dit gedrag vervolgens realistisch neer.

In het eerste oefengesprek probeert Annet eronderuit te komen zonder echt “nee” te zeggen. Ze geeft aan dat ze het druk heeft, dat het misschien later kan, dat er praktische bezwaren zijn.

De reactie van Monique (gespeeld door de trainingsacteur) is voorspelbaar:
“Ah joh, als het straks kan is ook goed.”

Met andere woorden: de boodschap komt niet over.

De trainingsacteur laat in de feedback zien wat hier gebeurt. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua gevoel:
“Wat fijn dat Annet me weer helpt” of “Voor mij voelde het niet als een duidelijke grens. Meer als uitstel.”

Pas wanneer Annet helder en vriendelijk aangeeft dat ze deze taak niet meer op zich neemt, verandert de reactie. De grens wordt geaccepteerd.

Voor Annet is dat een kantelpunt. Ze ervaart dat duidelijkheid niet automatisch leidt tot gedoe of afwijzing. Integendeel.

En precies dát maakt dat ze het in de praktijk durft toe te passen.


De rol van de trainingsacteur

Het werk van een trainingsacteur bestaat uit meer dan het spelen van situaties.

Het vraagt om:

  • snel kunnen schakelen tussen verschillende rollen en contexten
  • gedrag realistisch en gedoseerd neerzetten (niet groter dan nodig)
  • goed luisteren en observeren
  • écht contact maken met je deelnemer
  • kennis van de belangrijkste trainingsmodellen en werkvormen
  • goed kunnen samenwerken met de trainer
  •  
  • en scherpe, bruikbare feedback geven

Op één dag kun je schakelen tussen een boze cliënt in de zorg, een kritische ouder op een school, een medewerker in een functioneringsgesprek en een leidinggevende in een verandertraject.

Maar het echte werk zit vaak in wat er ná het spel gebeurt: het analyseren van het gesprek samen met de deelnemer en de trainer. Wat gebeurde hier nou echt? Wat werkte wel en wat niet?


Werken in verschillende werelden

Een interessant aspect van het vak is de variatie in werkvelden.

De ene dag werk je in een ziekenhuis waar verpleegkundigen gesprekken oefenen met patiënten en familieleden.
De volgende dag train je klantadviseurs bij een letselschade-verzekeraar in het omgaan met belangenbehartigers.
Daarna sta je misschien bij een gemeente waar medewerkers oefenen met lastige burgers of interne samenwerking.

De context verschilt, maar de kern blijft hetzelfde: menselijk gedrag in interactie.


Veiligheid als voorwaarde

Voor veel deelnemers is het spannend om te oefenen met een trainingsacteur. Je wordt gezien, het gaat ergens over en fouten worden zichtbaar.

Juist daarom is een veilige leeromgeving essentieel.

Een goede trainingsacteur draagt daar actief aan bij. Door af te stemmen, door niet te oordelen en door het niveau van de oefening aan te passen aan wat iemand aankan.

Zonder veiligheid geen experiment.
En zonder experiment geen ontwikkeling.


Tot slot

Een trainingsacteur is geen “extraatje” in een training, maar een krachtig leermiddel.

Het vak draait om het zichtbaar maken van gedrag, het laten ervaren van effect en het begeleiden van verandering.

Acteren is daarbij een middel.
Geen doel op zich.

En misschien is dat wel de kern:
zichtbaar maken wat er in het dagelijks werk vaak onzichtbaar blijft — en precies daar beweging creëren.

Daarom is het zo’n mooi en dynamisch vak wat ik al uitvoer sinds eind jaren ’90. Het is altijd anders en verveelt nooit. Wil je meer weten? Neem gerust contact op door te bellen met 0653136103 of via het contactformulier!

Arianda Schepens

 

In onderstaand artikel een mooi voorbeeld van een oud-deelnemer aan de opleiding tot trainingsacteur bij de Hebbes Academy.

Carla (63) vond haar eigen weg en is nu volop aan het werk als trainingsacteur.

Leer hier meer over Carla.